Twee soorten lavendel, twee totaal verschillende tuinplanten
Als je bij het tuincentrum voor de lavendelrekken staat, zie je al snel dat niet alle lavendel hetzelfde is. De twee meest verkochte soorten — Lavandula angustifolia en Lavandula stoechas — lijken op het eerste gezicht broers en zussen, maar in de praktijk gedragen ze zich heel anders in een Nederlandse tuin. Lavandula angustifolia, ook wel echte of Engelse lavendel genoemd, is de betrouwbare, winterharde werker die jaar na jaar terugkeert. Lavandula stoechas, de vlinderlav of Franse lavendel met die opvallende ‘oortjes’ bovenop de bloemaren, is een echte blikvanger maar stukken gevoeliger voor onze Nederlandse winters. Het kennen van dit verschil bepaalt of je over vijf jaar nog steeds geniet van een bloeiende lavendelhaag — of ieder voorjaar teleurgesteld nieuwe planten aanschaft.
Herkenning, bloeitijd en winterhardheid van lavendel
Lavandula angustifolia is de lavendel die de meeste mensen voor ogen hebben: slanke, grijsgroene bladeren, strakke bloemstengels en die klassieke paars-blauwe kleur. Hij bloeit in Nederland van juni tot augustus, soms met een tweede lichte bloei in september als je hem tijdig terugsnijdt. Populaire cultivars zoals ‘Hidcote’ en ‘Munstead’ zijn tot -20°C winterhard (USDA-zone 5) en overleven moeiteloos onze strenge winters, mits ze op een goed doorlatende, droge bodem staan. Op kleigrond — veel voorkomend in het westen en noorden van Nederland — moet je eerst flink wat grof zand of grit door de grond werken, anders rotten de wortels weg in een natte winter.
Lavandula stoechas herkent je direct aan de opvallende vlagblaadjes (zogenaamde ‘steriele bracteën’) bovenop elke bloemaar — dat geeft hem dat vlindertjesachtige uiterlijk. Hij bloeit vroeger, al vanaf mei, en heeft een langere bloeiperiode. De kleurenkeuze is groter: naast paars ook roze, wit en bordeauxrood. Maar hier zit de adder onder het gras: stoechas is slechts halfwinterhard (tot circa -10°C, zone 7-8) en het is een gok of hij een gemiddelde Nederlandse winter doorstaat. In zachte regio’s als Zeeland en Zuid-Limburg lukt het vaker dan in Groningen of op de Veluwe. Tip: plant hem op een warme, beschutte zuidmuur en dek hem bij vorst af met vliesdoek.
Wat betreft geur wint angustifolia ruimschoots: zijn etherische oliën zijn zuiverder en intensiever, ideaal voor lavendelzakjes of droogboeketten. Stoechas ruikt frisser, bijna campferachtig.
Verzorging, snoeien en veelgemaakte fouten
De grootste fout die tuiniers maken bij beide soorten is te diep snoeien. Snij je tot in het oude hout, dan komen ze doorgaans niet meer uit. Voor Lavandula angustifolia geldt: snoei direct na de bloei (augustus), maximaal tot een derde van het groene houtgedeelte. Een tweede lichte correctiesnoeisessie in maart is toegestaan als de plant te los wordt. Gebruik altijd een scherpe, schone snoeischaar om schimmelinfecties te voorkomen.
Bij Lavandula stoechas is het ritme anders. Snoei licht na elke bloeigolf — de plant bloeit meerdere keren per seizoen — en doe een grotere najaarsbeurt in september, maar nooit te agressief. Geef hem absoluut geen extra bemesting; rijke, vochtige grond maakt hem extra kwetsbaar voor vorstschade en wortelrot. Beide soorten gedijen het best in arme, droge, licht alkalische grond met volledige zon (minimaal zes uur per dag). Op zandgrond — Brabant, Drenthe, de Achterhoek — groeien ze zonder veel aanpassingen uitstekend.
Een veelgemaakte fout is ook gieten als het niet nodig is. Eenmaal goed ingeworteld (na één groeiseizoen) zijn beide soorten droogtetolerante planten. Te veel water is de nummer één doodsoorzaak, zeker bij stoechas.
Praktische hovenierstips voor lavendel
- Winterhard in NL? Kies angustifolia voor zekerheid; gebruik stoechas alleen op beschutte, zonnige plekken of in een pot die je naar binnen haalt.
- Grond aanpassen: Werk bij klei of leem altijd minimaal 30% perliet of grof zand door de plantgaten.
- Snoeien: Nooit in het oude hout — houd altijd groen blad staan.
- Geur maximaliseren: Kies angustifolia ‘Hidcote’ of ‘Vera’ voor de meest aromatische lavendel in huis en tuin.
- Bloeiperiode verlengen: Knip verwelkte bloemstengels van stoechas direct weg voor een nieuwe bloeigolf.
- Bijen en vlinders: Beide soorten zijn uitstekende nectarplanten; combineer ze voor een langere bloeidekking van mei tot september.
Veelgestelde vragen over lavendel
Welke lavendel is het meest winterhard in Nederland?
Lavandula angustifolia is verreweg de winterhardste keuze voor Nederlandse tuinen. Cultivars zoals ‘Hidcote’ en ‘Munstead’ overleven problemloos temperaturen tot -20°C, mits ze op droge, goed doorlatende grond staan. Lavandula stoechas is slechts halfwinterhard en verdraagt zelden meer dan -10°C, waardoor hij in strenge winters buiten kans loopt.
Kan ik Lavandula stoechas ook in een pot houden?
Absoluut — dat is zelfs de slimste aanpak in Nederland. Gebruik een pot met grote drainagegaten en een vorstvrij substraat (mix van potgrond met 30% perliet). Zet de pot op een warme, zonnige plek in de zomer en breng hem voor de eerste nachtvorst naar een koele, lichte ruimte binnen, zoals een garage of serre. Zo geniet je elk jaar van die prachtige ‘oortjes’.
Wanneer en hoe snoei ik lavendel correct?
Lavandula angustifolia snoei je direct na de bloei in augustus: knip de bloemstengels plus ongeveer een derde van het groene loof terug, nooit tot in het harde bruine hout. Lavandula stoechas snoei je licht na elke bloeigolf en doe je een grotere najaarsbeurt in september. Een kleine correctiesnoeisessie in maart is voor beide soorten toegestaan zodra je de nieuwe uitlopers ziet verschijnen.
Informatie bijgewerkt in april 2026.










