Twee schijncipressen, twee totaal verschillende persoonlijkheden
Als ik in de tuincentra rondloop en klanten zie twijfelen tussen een Chamaecyparis lawsoniana en een Chamaecyparis obtusa, begrijp ik de verwarring volledig. Beide heten schijncipres, beide zijn naaldgroenblijvers, en beide staan regelmatig naast elkaar op het rek. Toch zijn dit in de praktijk twee heel verschillende planten met elk hun eigen karakter, groeikracht en verzorgingsbehoefte. De lawsoniana is de grote werker: snel, forser en ideaal als heg of windscherm. De obtusa is de verfijnde Japanner: trager, sierliker en perfect als solitair in een Japanse of moderne tuin. Het begrijpen van dit verschil bespaart u jaren frustratie en keuzeberouw. In dit artikel leg ik u precies uit waar de twee soorten van elkaar verschillen, zodat u straks met zekerheid de juiste plant voor uw tuin kiest.
Groeiwijze en uiterlijk: waar de schijncipres echt in verschilt
De Chamaecyparis lawsoniana, ook wel Lawsoncipres of Lawsonspar genoemd, is oorspronkelijk afkomstig uit het westen van Noord-Amerika. In Nederlandse tuinen is hij veruit de meest geplante schijncipres. Hij groeit krachtig — in goede omstandigheden wel 30 tot 50 centimeter per jaar — en kan uiteindelijk tientallen meters hoog worden als hij niet gesnoeid wordt. De takken hangen licht door, de naalden vormen platte, geveerde takjes en de algehele houding is kegelvormig en strak. Er bestaan tientallen cultivars in uiteenlopende kleuren: van diepgroen (‘Erecta Viridis’) tot goudgeel (‘Lane’) en blauwgrijs (‘Pembury Blue’). Juist die grote variatie maakt hem zo populair als solitair én als heg.
De Chamaecyparis obtusa, de Hinokicipres, komt uit Japan en dat merk je meteen aan zijn karakter. Hij groeit veel trager — soms slechts 5 tot 15 centimeter per jaar afhankelijk van de cultivar — en blijft compacter van formaat. De takjes zijn ronder en waaierachtiger gevormd, de naalden hebben een typische witte tekening aan de onderzijde. De textuur voelt zachter aan en de algehele verschijning is eleganter en decoratiever. Bekende cultivars zijn ‘Nana Gracilis’ (compact, donkergroen, golvende takken) en ‘Crippsii’ (goudgeel, trager groeiend). In een Japanse tuin of een strakke kuiptuin is de obtusa onverslaanbaar.
Samengevat: de lawsoniana kiest u voor snelheid, volume en hoogte. De obtusa kiest u voor schoonheid, rust en verfijning.
Standplaats, grond en veelgemaakte fouten bij de schijncipres
Beide soorten houden van een vochthoudende maar goed doorlatende grond — zware kleigrond werkt averechts en veroorzaakt wortelrot, zeker bij de obtusa. Op zandgrond in Brabant of Limburg moet u bij aanplant royaal kleikorrels of compost mengen voor betere vochtretentie. De lawsoniana is iets robuuster en verdraagt ook wat nattere standplaatsen, mits er geen langdurige wateroverlast is.
Een veelgemaakte fout is de obtusa in volle zon zetten zonder voldoende vochtaanvoer. In droge zomers, zoals we die de laatste jaren steeds vaker kennen in Nederland, verdrogen de fijne takpuntjes razendsnel. Zet hem liever op een beschutte, licht halfschaduwrijke plek of zorg voor een goede mulchlaag van 5 tot 8 centimeter boomschors rond de stam.
De lawsoniana is gevoelig voor de schimmelziekte Phytophthora lateralis, een gevreesde wortelrot die in natte periodes toeslaat. Koop daarom altijd planten van een erkende kwekerij en vermijd herplanten op plekken waar eerder een lawsoniana is afgestorven. De obtusa is minder vatbaar voor deze ziekte, wat hem in nattere tuinen soms de betere keuze maakt.
Praktische hovenierstips voor de schijncipres
- Snoeien: Lawsoniana als heg twee keer per jaar snoeien (mei en augustus); obtusa maximaal één keer licht bijwerken in het voorjaar.
- Aanplanten: Beste periode is september–oktober of maart–april; vermijd vorstperiodes en hete zomers.
- Begieten: Eerste twee jaar na aanplant wekelijks water geven bij droog weer — ook de lawsoniana.
- Bemesting: Geef beide soorten in april een langzaamwerkende conifeerenmest; niet overdoseren.
- Kuip: Obtusa groeit uitstekend in een pot (minimaal 50 liter); lawsoniana wordt te groot voor containers.
- Combineren: Combineer obtusa met Acer palmatum en bamboe voor een stijlvolle Japanse sfeer.
Veelgestelde vragen over de schijncipres
Welke schijncipres is het meest geschikt als privacyheg in een Nederlandse tuin?
De Chamaecyparis lawsoniana is hiervoor de beste keuze. Door zijn snelle groei van 30–50 cm per jaar vormt hij in relatief korte tijd een dichte, groenblijvende heg. Plant de struiken op 60–80 cm onderlinge afstand voor een gesloten scherm. De obtusa groeit te traag en te compact om als functionele heg te dienen.
Waarom worden de punten van mijn Chamaecyparis obtusa bruin?
Bruin uitdrogende takpuntjes zijn bij de obtusa vrijwel altijd een teken van droogte- of vorstschade, of een combinatie van beide. Controleer of de grond rondom de plant voldoende vochtig is en voeg een dikke mulchlaag toe. Snijd de bruine punten in het voorjaar voorzichtig weg; nieuwe groei verschijnt dan vanzelf vanuit de gezonde takken eronder.
Kan ik een Chamaecyparis lawsoniana terugsnoeien in oud hout?
Nee, dat is een cruciale valkuil. Net als de meeste coniferen vormt de lawsoniana geen nieuwe uitlopers vanuit kaal, oud hout. Snoeien tot voorbij het groene gedeelte resulteert in een kale, bruine plek die nooit meer aangroeit. Snoei altijd licht en regelmatig, en laat altijd voldoende groen naald aan de twijgen zitten.
Informatie bijgewerkt in april 2026.










