Siergrassen die gedijen waar andere planten het opgeven
Droge plekken in de tuin zijn voor veel planten een uitdaging, maar voor de juiste siergrassen zijn ze een kans. Met de steeds drogere zomers die we in Nederland kennen — denk aan de hittegolven van de afgelopen jaren — worden droogtetolerante planten steeds belangrijker. Siergrassen zijn in dat opzicht ware kampioenen: ze wortelen diep, verdampen weinig en blijven zelfs in augustus fier overeind terwijl andere borders al hangen. Of u nu een zandtuin in de Veluwe beheert, een stenige stadstuin in Utrecht of een kalkrijke bodem aan de kust — er zijn siergrassen die precies op die plek thuishoren. In dit artikel vertel ik u welke soorten het beste presteren op droge grond, hoe u ze plant en onderhoudt, en welke fouten u kunt vermijden.
De beste soorten siergrassen voor droge tuinen
Niet elk siergras is geschikt voor droge omstandigheden. Riet en lisdodde horen thuis bij het water, maar de volgende soorten zijn echte droogtespecialisten die ik in mijn eigen praktijk keer op keer terugzie in bloeiende droge borders.
Stipa tenuissima (Mexicaans vedergras) is zonder twijfel mijn persoonlijke favoriet voor droge, zonnige plekken. De sierlijke, haarlijn-dunne halmen bewegen al bij de lichtste bries en geven de tuin een luchtig, romantisch karakter. Plant het op een goed doorlatende, bij voorkeur zanderige grond in volle zon. Het zaait zichzelf vrolijk uit, wat u kunt benutten of — op rijkere grond — enigszins in de gaten houden.
Festuca glauca (Blauw zwenkgras) is ideaal voor vaste, droge plekken met arme grond. Het blauwig-grijze kleurtje is een mooie aanvulling in een grind- of rotstuin. Plant het op circa 30 cm afstand in groepen van drie of vijf voor een natuurlijk effect. Elke twee tot drie jaar kunt u de pollen in het vroege voorjaar — begin maart — flink terugsnijden of zelfs verdelen om ze vitaal te houden.
Pennisetum alopecuroides (Lampenpoetsersgras) bloeit prachtig van augustus tot in oktober met zijn karakteristieke pluimen en is verrassend droogtebestendig zodra het eenmaal gevestigd is. Kies een zonnige standplaats en geef het het eerste seizoen wat extra aandacht bij aanhoudende droogte — daarna redt het zichzelf uitstekend.
Helictotrichon sempervirens (Blauwe havergras) vormt strakke, blauwe bollen tot 60 cm hoog en is wintergroen, wat het extra waardevol maakt. Op droge, kalkrijke grond — zoals veel tuinen in Limburg of aan de duinranden — presteert het uitstekend.
Miscanthus sinensis verdient ook een vermelding: grote soorten vragen een iets vochtiger bodem, maar compacte cultivars zoals ‘Kleine Fontäne’ of ‘Yaku Jima’ houden het ook op drogere plekken goed vol en geven prachtige herfst- en wintersilhouetten.
Veelgemaakte fouten bij het planten en onderhouden van siergrassen
De meest gemaakte fout die ik zie? Te vroeg planten. Veel tuinliefhebbers planten siergrassen in maart, als de grond nog koud en nat is. Droogtetolerante grassen — en zeker Stipa en Pennisetum — hebben liever een iets warmere bodem. Wacht tot april of begin mei, als de grond minimaal 10°C heeft bereikt. Ze groeien dan veel sneller aan.
Een tweede veelvoorkomende fout is het toevoegen van te veel compost of meststof. Op rijke grond groeien de halmen te weelderig en slap, waardoor ze omvallen en vatbaarder worden voor schimmelziekten. Droogtetolerante siergrassen gedijen juist op schralere grond — arme zandgrond of grind is geen probleem, het is hun thuis.
Tot slot: te laat of helemaal niet terugsnijden. Snij de oude halmen terug in februari of uiterlijk begin maart, vóór de nieuwe scheuten zichtbaar worden. Gebruik daarvoor een handige touwbundel om de pollen bijeen te houden en snij ze op circa 10 cm hoogte af. Wacht u te lang, dan beschadigt u de nieuwe groei — en dat ziet u de rest van het seizoen.
Praktische hovenierstips voor siergrassen
- Plant op goed doorlatende grond; voeg bij zware klei perliet of grind toe aan het plantkuil.
- Siergrassen hebben de eerste zomer na het planten wél water nodig bij langdurige droogte — daarna zijn ze zelfstandig.
- Snij terug in februari–begin maart, vóór de nieuwe scheuten uitlopen.
- Vermijd stikstofrijke meststoffen — dit bevordert slappe, omvallende groei.
- Combineer met lavendel, verbena bonariensis of sedum voor een prachtig droogtetuin-effect.
- Laat de pluimen en halmen staan in de winter: geweldige wintersilhouetten én voedsel voor vogels.
Veelgestelde vragen over siergrassen
Welk siergras is het meest geschikt voor een volledig droge, zonnige plek op zandgrond?
Stipa tenuissima is bij uitstek de beste keuze voor droge, zonnige zandgrond. Het is extreem droogtetolerant, vraagt bijna geen onderhoud en geeft de tuin een prachtige, wiegende beweging. Festuca glauca is een goede tweede optie, zeker als u houdt van een compacte, blauwe vorm.
Wanneer moet ik siergrassen terugsnijden?
Het beste moment is eind februari tot begin maart, net vóór de nieuwe scheuten uitlopen. Snijd de pollen terug tot circa 10 cm boven de grond. Snijdt u te vroeg in de winter, dan mist u de mooie wintersilhouetten; snijdt u te laat, dan beschadigt u de jonge groei.
Kunnen siergrassen ook in een pot op een droog terras?
Ja, zeker — Festuca glauca en Stipa tenuissima doen het uitstekend in een pot op een zonnig terras. Gebruik een goed doorlatende potgrond gemengd met extra perliet of grind, en zorg voor een pot met ruime drainagegaten. In de zomer bij extreme hitte één keer per week water geven is voldoende.
Informatie bijgewerkt in april 2026.










